Kleinkind op komst. (1)

Er is in mij een spoor getrokken
een bloedeloze kras
een zweem van iets, mij nu nog vreemd.

Bevangen door een glimp ben ik slechts schijn,
slechts wachten.

Ik leef dus met een extra stem,
een tweede blik, een eedverbond.
Een vastigheid, mij nu nog nieuw.

Een verre vriend heb ik erbij,
een compagnon, een medestrijder.

Een nog niet zijn, dat toch al blijvend is.
Er woont een reddeloos geluk in mij.

mh 02.12.2024


Ontdek meer van Matthias Haeck

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.