Reuzenschouders: Leonard Nolens

De uitdrukking Op de schouders van reuzen staan is het beroemdst in de vorm: If I have seen further, it is by standing on the shoulders of giants, vaak toegeschreven aan Isaac Newton, die zijn tijdgenoot Robert Hooke citeerde. De metafoor zou echter teruggaan tot minstens de 12e eeuw, althans als Johannes van Salisbury de woorden van Bernardus van Chartres dan weer correct heeft geciteerd: We are like dwarfs sitting on the shoulders of giants… (circa 1130).

In de context van poëzie gebruiken schrijvers deze metafoor om te benadrukken dat hun werk mogelijk wordt gemaakt door de groten vóór hen. Zie ook Remco Camperts uitspraak Schrijven is stelen van dieven.
Die zou het dan weer geleend hebben van T.S. Eliot: Immature poets imitate; mature poets steal; bad poets deface what they take, and good poets make it into something better, or at least something different.

Geschiedenis is nu eenmaal niet 100% eenduidig…

Het idee is dat we iets nieuws kunnen maken, omdat we voortbouwen op wat door eerdere meesters werd neergezet. Eén van die meesters is Leonard Nolens. Neem nu onderstaand gedicht. Nolens’ verzameld werk staat in mijn bibliotheek, maar dit kende ik niet. Ik googelde gewoon “gedicht leonard nolens” en dit kwam als eerste resultaat.

En ja, dan ben ik blij met mijn ‘ontdekking’.

Ritueel

Zij hebben ons hart ingepikt,
onze groei, onze poppen genekt,
onze tuin op de trein gezet,
ons verblind met hun lichtende as.

Zij hebben de zwarte zak
van hun afwezigheid strak
over ons heengetrokken
en toen onze oren verpest
met de ruis van hun hemelse spraak.

Dus waar ik vandaan kom, daar
moet je die opgebaarde
nog lichtjes blozende doden
lang en bedachtzaam slaan.

Leonard Nolens (Voorbijganger, 1999)


Ontdek meer van Matthias Haeck

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.