Partner in crime: Mahlu Mertens

De poëzie is niet dood, ze is springlevend!

Afgelopen zaterdag werd de tweede bundel van dichteres Mahlu Mertens voorgesteld in de foyer van het Arcatheater in Gent.
En wérd het een voorstelling! Na een bijzonder eloquente inleiding door Dr. Frauke Pauwels (van UA, ziehier) bracht Mahlu zelf, uit het hoofd en muzikaal begeleid door Elisabeth De Loore, haar poëzie op werve(le)nde wijze. Het publiek smulde van de unieke performance.

Het gedicht Wegwerpgeluk uit het hoofdstuk Vakjesvandalen van de nieuwe bundel:

Wegwerpgeluk

Ze wou dat ze een PET-fles was,
na eenmalig gebruik haar leven vervuld
netjes in de zak op straat gezet,
maandagochtend opgehaald.

Gerecycleerd tot fleece
een nieuwe kans, stockage in de kast
tot ze weer bij de kou past.

Of vermengd met andere vrouwen
verwerkt tot vloerbedekking
om een leven lang je voeten aan te vegen.

Ze wou dat ze een PET-fles was:
chemisch stabiel, niet kapot te krijgen,
maar ze is een vrouw,
niet gemaakt voor wegwerpgeluk.

© MM

Poëzie van (dit) niveau is in staat tegelijk ernstig en spottend te zijn: afhankelijk van hoe de lezer het gedicht leest, kan het alle kanten op. En laat dat nu net de basisidee van poëzie zijn: de dichter schrijft en geeft het af, de lezer maakt het volledig.

Dit gaat in tegen de idee dat ‘poëzie de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie’ is. Een benadering van poëzie die naar verluidt ontstond tijdens het fin de siècle-symbolisme en het romantisch individualisme, en beroemd werd door de Tachtigers, en meer bepaald door Willem Kloos (1859-1938). Kloos’ pleidooi voor een radicaal subjectivistische poëtica waarin het persoonlijke gevoel van de kunstenaar centraal staat, zonder dienstbaarheid aan religie, moraal of maatschappij valt makkelijk vanuit zijn tijdgeest te verklaren, maar is achterhaald en, helaas, hardnekkig.

Zie bijvoorbeeld het gedicht Decemberlicht (uit Inslaggaten), hoe universeel is dit…:

Decemberlicht

Vandaag zal niemand schilderen.
Je handen liggen op het witte laken,
jouw schildersoog ziet dit landschap niet,
de tubes blijven dicht, de penselen droog.

Mist ligt als een laag over gisteren.
De nacht was zonder indigo,
het ochtendlicht ongedefinieerd.
Onaf is de dag, een potloodschets
zonder kleur.

Niemand zet penseelstreken in de lucht.

© MM

Het gedicht begint en eindigt heel groot(s): niemand dit, niemand dat. Maar vanaf de tweede regel wordt het plots heel klein: ‘je handen’ / ‘jouw schildersoog’. De combinatie van het grote met het kleine zorgt voor een universele zetting: iedereen kan de betekenis van het gedicht invullen, wat geldt als regel woont tegelijk in jou, vandaag misschien iets meer dan morgen, maar weg is het nooit. De lezer neemt deel aan de poëzie.

Voilà. En als de lezer verder poëzie compleet wil maken, moet hij ervoor zorgen dat de poëzie blijft bestaan. De lezer kan dus haast niet anders dan deze bundel hier te bestellen: https://www.uitgeverijdezeef.be.

Alvast veel plezier / ontroering / weemoed / verwondering / herkenning / melancholie / spanning / verrassing / huiver / onbehagen / lachen / bevreemding / existentiële onrust(*) bij het lezen.
(*) schrappen wat vandaag niet past.


Ontdek meer van Matthias Haeck

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.