Partner in crime: Luc C. Martens

Voormalig stadsdichter van Deinze. Emeritus gewoon hoogleraar kindertandheelkunde. Auteur van maar liefst vijf bundels(1). Familieman. Voorzitter van Donsai. Publicaties in gerenommeerde literaire tijdschriften. Tal van prijzen en vermeldingen. Een dichter met een stem. Wat een palmares!

En toch.
Bescheiden, bevragend, luisterend. Eén van de meest trouwe deelnemers aan de schrijfcursussen van Roel Richelieu Van Londersele (2) bij vzw Wisper. Nooit te beroerd om bij te leren, suggesties te aanvaarden. Steeds bereid om constructieve kritiek te geven, voorzichtig suggererend, omdat hij rekening houdt met de kracht van zijn woorden. Diplomatisch wanneer het maar kan, met heldere stem de dingen juist stellend wanneer het nodig is.

Wat een kerel… maar heeft hij ook een zwak kantje? Ja, het is een West-Vlaming! Grapje, Luc.

Lucs website (3) is indrukwekkend volledig en geeft een mooie kijk op zijn werk. Daaruit een selectie maken is een lastige opdracht, dus raak ik het oeuvre slechts even aan, over de verschillende thema’s heen.

Over innerlijke vervreemding, moeite met heropleving en het contrast tussen de buitenwereld en het zelf:

ik kon de lente niet meer aan,
het optimisme van de bomen,
de wulpse tulpen en mijn beeld
in het blad van de abeelen

tegen een gesloten raam gevlogen,
vleugels gebroken, de bek dichtgeklapt
werd mijn kop oerwoud, geen enkel
spoor was mij bekend

geen nooduitgang, wat van mij
overbleef omhulsel en wat lucht.
alle dagen lang en zwart,
in de nachten, tunnelvrees

(uit de cyclus: Ik vloog tegen je raam, publ. Poëziekrant januari 2024)

Luc schuwt de grote onderwerpen niet. Over oorlog door kinderogen, over verlies, zorgzaamheid, stilte en een onvervuld verlangen naar menselijkheid:

kinderen, de ogen donker, ontsnapt aan kogels.
geen huis, geen school, geen moeder
angstig voor mensen zonder gezicht, voor
scherven van granaten, precies gericht.

als échte dokters stelpen Muhammed en Joussef
het bloed van onbekende vaders, hun veel te ruime,
witte schorten open. In deze stad valt elke naam,
stijgt de dood uit de grond, geven kinderen

hun laatste warmte, wordt Joussef dodelijk gewond.
Het laatste water in de ogen legt Muhammed hem
in de afgerukte armen van zijn moeder. de wangen
bleek verloren kinderen van Aleppo hun verleden,

lippen zwijgen een versteend verlangen

(Nominatie Melopee poëzieprijs 2017)

Over jeugdherinneringen vol schuld, zwijgen en het broze decor van dagelijkse dingen:

de ontsnapte parkiet, de tulpen
in hun knop in het vergiet, de fiets
zonder licht op het voetpad, de kersen
uit de boomgaard van de buren

naast de appels in de kelder verschrompelde
ik op het vergeelde krantenpapier,
gedroogde letters in mijn keel, bang
van poeder op de winteraardappelen

‘s avonds aan de keukentafel zweeg vader
een mond vol stilte en zure haring. ik nam
van de verplichte kaas, moeder schilde
oude letters van een belegen appel

(eerste prijs poëziewedstrijd Jules Van Campenhout (2012), en opgenomen in de bundel ‘Hoop op stille muren’ (2012))

Schrijf vooral verder, Luc. We lezen je steeds liever.

(1) zie https://luccmartens.be/gedichtenbundels
(2) zie https://roelrichelieuvanlondersele.be/
(3) zie https://luccmartens.be/


Ontdek meer van Matthias Haeck

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.