Oktober: De Zeef van de Maand

Ook deze maand bleef ik weer hangen in De Zeef Van De Maand‘Welke zeef?’ hoor ik sommigen al mompelen.

Wel, Uitgeverij De Zeef, een initiatief van Charles Ducal en Roel Richelieu Van Londersele, organiseert niet alleen de Zeef Poëzieprijs, maar buigt zich ook maandelijks over de vele inzendingen die hen per mail(*) bereiken. Het zijn namelijk díe dichters die, als enigen, een forum bieden aan aspiranten, debutanten of hoe je de enthousiast dichtende medemens ook wil noemen, om hun poëzie te toetsen aan de harde steen van het vakmanschap. Als enigen… in de Benelux dan nog wel, en dat geheel onbezoldigd.

Een heildronk dus op Ducal en Van Londersele, voor hun onverdroten streven om Vlaming en Nederlander een poëtisch forum te schenken.

Deze maand sta ik in de zeef met drie gedichten: Wat niet gezegd wordt, Als en Zwart.
Ze mogen daar de hele maand wat sudderen – samen met een reeks andere gedichten die beslist het lezen waard zijn.

(*) P.S.: wie zelf iets wil inzenden moet wel een béétje moeite doen om het e-mailadres op de website te vinden… De redactie wordt immers nu al overspoeld door de poëtische uitingen van talloze Nederlandstalige amateurs.

Enne, vergeet niet: het woord ‘amateur’ komt van amare – Latijn voor houden van.

Jong talent

Voor de kaft van mijn debuutbundel Staat van genade wilde ik iets dat dicht bij me stond. Het schilderij De garde van mijn zoon Noah Haeck Gormez voelde meteen juist: een werk vol spanning en stilte, met lijnen die tegelijk ordenen en ontregelen. Het blijft me telkens opnieuw boeien.

Maar een schilderij op een boekomslag vraagt een extra stap: iemand die het beeld vangt zoals het bedoeld is. Josephine Bruynings deed dat voor mij, met een scherp oog en een groot gevoel voor detail. Ik kwam even om het hoekje kijken toen ze aan het werk was, gebogen over het doek, zoekend naar het juiste licht. Het was bijzonder om te zien hoe haar aandacht en zorg dit werk een nieuwe laag meegaven.

Zo werd de kaft een samenwerking van mensen die me nauw aan het hart liggen. Binnenkort mag ik het resultaat eindelijk in handen nemen, samen met jullie. Nog even geduld…

Voorpublicatie: Wat niet gezegd wordt

Het voelt bijzonder om voor het eerst iets uit mijn debuutbundel (Uitgeverij De Zeef, november) te delen.
De meeste gedichten wachtten in de luwte van mijn schriftjes, alleen voor mezelf en gedeeld met een handvol vertrouwelingen. Nu komt er die bundel waarin ze samen mogen staan en dat wil ik niet helemaal voor mezelf houden tot het moment van verschijnen.
Daarom vandaag een eerste voorpublicatie:

Wat niet gezegd wordt

Wat je zei vervaagt zodra je je arm
om de slapende kat op het bed legt.
Je wil haar wekken en toch ook niet.

Ik ben jaloers op de matras.
Je schouders zwijgen
maar hun stilte weegt.

Je woorden sluimeren diep in mijn buik
dwalen er zwaar rond
niet van plan om te vertrekken.

Ik wilde dat jij in míjn handen paste,
ik zou het vasthouden onthouden
zoals een boek dat zwaar leunt,
nog voor één woord is gelezen.

Soms zeg je veel zonder te spreken. Dat spanningsveld tussen stilte en gewicht fascineerde me tijdens het schrijven. Het is precies die onderstroom die ik met deze bundel wil oproepen.
Volgende keer geef ik de titel en de kaft prijs!

Een droom wordt werkelijkheid.

Met stille trots mag ik delen dat mijn bundel Staat van genade de eerste prijs kreeg in de Vijfde Zeef Poëzieprijs.
Dat betekent dat er dit najaar een heuse bundel verschijnt… met mijn naam op de kaft. Stel je voor.
De jury schreef bij de mededeling van de uitslag onder meer:

“De bundel is zeer communicatief zonder in expliciete verwoording te vervallen. Ondanks de bonte beeldspraak slaagt (de dichter) erin een grote helderheid te bewaren en strikt bij zijn diverse thema’s te blijven. De gedichten zijn gecondenseerd, mooi ingeklemd onder het principe ‘min is meer’. De dichter verstaat de kunst van het suggereren en trekt zo de gemotiveerde lezer vlot binnen in de magie van zijn gedichten.”

Ik vond, eerlijk, het behalen van de shortlist al een persoonlijk succes. Daarom voelt deze erkenning des te groter.
Binnenkort verschijnt er een mini-interview met mij in VERZIN, het tijdschrift van Creatief Schrijven. Zo kan de lezer al iets meer te weten komen over ‘de auteur’. Dat wordt wennen.

Dank aan iedereen die me onderweg heeft gesteund met opbeurende woorden en opbouwende kritieken. Ik barst haast van enthousiasme (en zat vanochtend alweer te schrijven).

Ik dacht terug aan (de late avonden maar vooral) de vroege ochtenden, rond zes uur: ik zat alleen met mijn pen en toch voelde ik me nooit eenzaam.
Wordt vervolgd.